bloghead

bloghead

vrijdag 22 juli 2016

Woensdag 20 juli 2016: Glacier NP



Vandaag toch redelijk lang geslapen en na een ontbijt op de kamer vertrokken we richting Glacier. We stopten nog even bij een lokale scrapbookwinkel. Die zag er van buitenaf klein uit maar binnen bleek hij heel groot te zijn. Wel veel ouder spul ook, maar ik vond toch een paar leuke dingen. Ik kocht er onder andere twee berenstempels, nu maar hopen dat we ook effectief beren te zien krijgen deze reis. 

Na de scrapbookstop en het tanken (tank was nog helemaal niet leeg, maar ik rij nooit meer een national park in met een naftebak die niet vol is) reden we door naar West Glacier. We stopten bij het bord van het nationaal park en namen een foto van ons. 

Daarna reden we door naar Apgar, naar het visitor center, maar daar was er nergens parkeerplaats te bespeuren, dus we reden maar door zonder stempeltje te halen. We reden de Going to the sun-road op en stopten een paar keer op zichtpunten. We stopten ook aan de MacDonald Falls, waar een korte trail ons naar een brug overde rivier bracht, waar je een mooi zicht had op de watervallen. Ze waren niet zo hoog, maar wel mooi gekaderd in de omgeving. 

En van toen af ging de weg omhoog. Langsheen de weg heb je echt prachtige uitzichten over de Continental Divide. Toen we bijna op het hoogste punt van de weg waren, Logan Pass, zag ik plots iets wits de weg oversteken. Het bleek een mountain goat, dus even wat sneller gas gegeven en bij het beestjes zelf (dat ondertussen hoog en droog boven de weg stond) even gestopt (ik had geen achterliggers, dus ik kon dat ongestoord doen) om toch wat foto’s te nemen. Het zijn echt prachtige dieren en ze zijn niet zo gemakkelijk te spotten. Deze was ook het enige exemplaar dat wij vandaag gezien hebben, op zijn kartonnen versie aan het visitor center na. 

Daarna reden we verder door naar het visitor center van Logan Pass maar daar was het ook enorm druk. Na twee toertjes rond de parking, en net op het punt dat mamsie voorstelde dat zij zou uitstappen en de stempeltjes halen terwijl ik verder rondjes reed, zagen we een vrij plekje en konden we Kurtje stallen. We liepen het visitor center in. Voor het visitor center zagen we de Amerikaanse en de Canadese vlag halfstok hangen. Dat hadden we nu al een paar dagen gezien en ik vroeg aan een ranger wat de precieze reden was, want wij vonden het wat lang voor oftewel Nice oftewel Baton Rouge. Bleek dat ze in Amerika de vlaggen een week lang halfstok laten hangen voor Nice. Zouden ze in Frankrijk misschien een week nationale rouw hebben afgekondigd? Aangezien we momenteel geen wifi hebben, zijn we in (zalige) onwetendheid. 
Ik ging mijn stempeltjes halen en de stickers en daarna liepen we nog een rondje rond het visitor center, en ik kon eindelijk een van mijn favoriete diertjes op de foto zetten, de grondeekhoorns. Dat zijn toch zo’n schattige dieren. Deze was een flink fotomodel en poseerde heel gewillig met een denneappel. 
Na het bezoekje aan Logan Pas reden we verder naar beneden. We parkeerden ons op een pull out en aten daar onze picknick, met de kolosale bergen voor en achter ons. Je kan het slechter treffen met je picknickplaats. 
We reden steeds verder de going to the sun-route af en hielden onze ogen open voor wildlife, maar het was geloof ik nationale staking bij de wildlife. Toen we bij St Mary kwamen, besloot ik nog even op te draaien naar Many Glaciers, die eigenlijk de andere richting uit was van ons hotel, maar het was nog vroeg en we hadden nog ruim tijd voor een uitstapje. 
De weg naar Many Glaciers was een ‘beetje hobbelig’ en op wat verdwaalde koeien na zagen we niks langs de kant. Toen we aankwamen bij Many Glaciers zagen we enkele mensen en een ranger staan. Blijkbaar was er een beer gespot, maar ze hadden al een kwartier niks meer gezien van beweging, dus besloten wij ook verder te rijden. De zon zat echter verkeerd om veel foto’s van het meer te maken, dus gaan we morgen eens teruggaan in de voormiddag. Ik besloot nog even door te rijden naar Swiftcurrent Inn maar we zagen geen bighorn sheep of ander wild. We besloten dan maar de terugweg aan te vangen naar ons hotel. 

Opeens zagen we op een pull out een heleboel mensen staan (met grote camera’s gelijk de mamsie zegt) en dan weet je, der is iets te zien. En inderdaad, nadat ik mijn auto had geparkeerd (mooi op de pull out, goede punten van de ranger) zagen we een beer niet ver van de weg lopen. Een mooie jonge beer die op een afstandje bleef van al dat volk. We volgden de beer een tijdje en konden hem mooi fotograferen en filmen. 

Nadat we genoeg foto’s genomen hadden reden we verder. We reden het park uit, weken wat uit voor koeien op de weg en reden door naar ons hotel. Plots moest ik enorm in de remmen voor een coyote die het nodig vond de weg op te rennen. Ik was zo geschrokken dat ik zelfs geen foto’s heb genomen van het beest. 

We sloegen af op de MT49 die al slingerend langs de afgrond naar ons hotel in East Glacier. Ik denk dat ik morgen toch maar een andere weg neem, de mamsie was er precies toch niet zo’n fan van.
We vonden onze cottage al snel en gingen nog wat inkopen doen voor ons ontbijt. In de bakkerij kreeg ik een ‘sample’ van hun huckleberry ice cream. Die sample was evengroot als een halve bol ijs bij ons. Maar wel heel lekker. We gingen eten in het restaurantje ernaast. Ik nam een spinach salad met kip en frietjes. En nog een stukje huckleberry pie om mee te nemen met verse whipped cream. Lekker maar zwaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten